19-01-15

Wie durft er nog eens voor 100 euro met mij wedden?

aaaaa.jpgStel dat de vraag was geweest : “Wat is de kans dat beide kinderen de spruitjes WEL bitter vinden? (ipv “niet“)…. en stel dat ik dan had geschreven : “Als de kans “2/3” is dat één kind de “spruitjes WEL bitter vindt”, DAN is de kans “2/3 x 2/3” dat BEIDE kinderen de spruitjes WEL bitter vinden. 

Zou er dan NU iemand (anders dan Castelein) de handschoen durven opnemen én 100 euro of 10 euro of 1 euro durven inzetten…? (PS. Ik gebruik opnieuw dezelfde redenering waardoor ik 100 euro verloor aan Castelein. Bovendien is de kans-van-2/3 voor het NIET BITTER vinden van spruitjes … volledig complementair met de kans-van-1/3 voor het WEL BITTER vinden van spruitjes, want 2/3 + 1/3 = 1. Of zou het kunnen dat de redenering 1/3x1/3 fout is én dat de redenering 2/3x2/3 juist is?)

Ik vrees dat niemand (buiten Castelain) “1 euro of meer“ zal durven inzetten….

De reden is “heel simpel”. Ten eerste. De meeste mensen “doen maar alsof” ze begrijpen dat het (vorige) antwoord “1/3 x 1/2” was voor het “NIET BITTER smaken van spruitjes” is…. (Ze hebben dus geen echte moeite gedaan om “mijn goede uitleg” te begrijpen en zijn dus niet in staat om de redenering opnieuw toe te passen met de andere vraag..)

Ten tweede. De enkelen die de kwestie wel echt goed begrijpen, weten dat ze “veel ruzie“ gaan krijgen als ze deze “simpele waarheid“ tegen de onwetenden "blijven" uitleggen, omdat ze daarmee impliciet toegeven dat “heel die kwestie” MOEDWILLIG verkeerd wordt uitgelegd in het MIDDEL-BAAR ONDER-WIJS, zoals dat ook al eerder is gebeurd in de KLEUTER-KLAS met Sinter-KLAas.
(Ik denk dat “dit alles” een soort “verdeel en heers“ is zoals bij Julius Caesar, waarbij er nu geen sprake is van “drie klassen : adel, burgers en slaven“, maar van verschillende scholen, school-klassen met verschillende vakken en verschillende proffen……)

Ten derde. Er bestaat altijd een “zekere kans“ dat IK toch “wel“ gelijk zou kunnen hebben, aangezien nog niemand “1.000 euro heeft kunnen incasseren over de echtheid van “10 grote officiële geloofspunten”, oa. “echte beelden van 5 minuten gewichtloosheid“, “echte beelden van echte vliegtuigen die in een WTC-gebouw zijn gevlogen”, het doorbreken v/d geluidsmuur, een raket die echt  hoger komt dan 2km, een wereld-record polstok-springen van 6.14 meter dat echt werd gehaald…” (zie link)

PS. Durf je misschien wel geld inzetten dat de kans dat het eerste of het tweede kind de spruitjes WEL bitter vind, “NIET gelijk is aan 5/6“…?
Durf je misschien wel geld inzetten dat de kans dat enkel het eerste OF het tweede kind de spruitjes WEL bitter vindt, “NIET gelijk is aan 2/6”…?
Of ben je zelfs zo laf dat je denkt dat “5/6“  gelijk kan zijn aan “2/6“, want dan moet je zeker geen schrik hebben van de “Big Brother“ uit “1984“, want die poneerde dat “2+2=5“?
Ik wil gerust over elk van deze drie kans-berekeningen een weddingschap aangaan met een totale inzet van “100 euro”, al dan niet verspreid over verschillende mensen… 

 

16:57 Gepost door Mark Peeters | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook | |

Commentaren

Wedden doe ik niet, uit principe, maar ik wil wel met alle plezier een poging doen om uit te leggen waarom het antwoord op deze variant van de opgave niet 2/3 x 2/3 is.

In het kort komt het hierop neer. De productregel voor kansen geldt enkel voor onafhankelijke gebeurtenissen (zoals twee keer gooien met een munt). De reden waarom het antwoord niet 2/3 x 2/3 is, is dat de genetische eigenschappen van twee kinderen van dezelfde vader -uiteraard!- niet volledig onafhankelijk van elkaar zijn.

De uitkomst bij deze variant van het vraagstuk is volgens mij 1/2. De hele uitleg heb ik op mijn eigen blog geplaatst: http://www.sylviawenmackers.be/blog/2015/01/spruitjes-in-een-saus-van-kansrekening/

Gepost door: Sylvia | 25-01-15

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.